Wet en genade

Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden. Rom.2:13

Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn     spreuken 28:9.  

Door Dr. Ron Mosely uit zijn boek: A Guide to the real Jesus and the Original Church 

Hoe komt het dat deze, wet en genade, meestal tegenover elkaar gesteld worden? Dat als je de wet probeert te houden je buiten de genade valt?? Door wie is deze (meester)leugen de wereld in geholpen? We moeten terug naar de tweede eeuw: Marcion, die in deze tijd leefde, negeerde het oude testament (OT) volledig.Hij leerde dat de God van het OT wreed was, en totaal anders als de God van het nieuwe testament (NT). Hij beweerde dat juist de boodschap van Paulus is: dat de  genade het tegenovergestelde is van de wet.Elke tekst van Paulus die hier weer tegenin ging, schrapte hij uit de geschriften van Paulus.Marcion\’s theologie ging zo in tegen Gods Woord, dat Polycarpus (leerling van Johannes) hem de eerstgeborene van Satan noemde. Later was het de Rooms Katholieke monnik Augustinus, die een voorstander was van Marcion\’s ideeën dat de wet tegengesteld is aan de genade. Dit bepaalde een groot deel van zijn theologie. Hierdoor zijn ten tijde van de reformatie mannen als John Wycliffe, de eerste die de Bijbel in het Engels vertaalde, en Miles Coverdale, de vertaler van de eerste gedrukte “English Bible” zwaar beïnvloed door Augustinus. De gedachte, dat genade in tegenstelling is met de wet, werd versterkt toen de Frans/Zwitserse theoloog Calvijn dit bekrachtigde in zijn institutie, welke een leidraad werd voor vele protestantse kerken. Hoewel deze hervormers een groot werk gedaan hebben m.b.t. het geloof, hebben hun foute ideeën over het vervangen van de wet door de genade, gezorgd voor veel verwarring tot aan de huidige dag aan toe.

Ik kan u  een gratis boekje toesturen digitaal (Engelstalig) over dit onderwerp, of uitgeprint en dan betaalt u alleen de verzendkosten.

De relatie van de Wet t.o.v. het Nieuwe Testament

Om de Wet te begrijpen, hoe het verbonden is met het Nieuwe Testament, moeten we de apostel Paulus leren begrijpen. De apostel Paulus die de helft van de boeken die deel uitmaken van het NT, heeft geschreven. Volgens Petrus heeft Paulus sommige dingen geschreven “die zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook andere schriften, tot hun eigen verderf (2 Petrus 3:15-16). Zulke ongeleerde uitleggers waren zich niet bewust van de Joodsheid waarmee Paulus alles onderbouwd, denkt en uitdrukt. In onze tijd hebben we een vergelijkbaar probleem dat veel theologen en kerkleden er niet in getraind zijn om te herkennen Paulus veelvuldig gebruik van Hebreeuwse termen. Alleen als we de Joodsheid begrijpen van de geschriften van Paulus, kunnen we een nauwkeurige interpretatie verkrijgen van de tekst.

Voor de waarheidwat het NT zegt over de Wet moeten we gaan naar de bron. Zie twaalf duidelijke vermeldingen wat het NT zegt betreffende de Wet van God.

1 Want de hoorders der Wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der Wet zullen gerechtvaardigd worden Romeinen 2:13

2 De beloften van God komen uit de Wet, Paulus vertelde de Efezieërs dat ze de Wet moesten gehoorzamen, en dat het dan goed met ze zou gaan, en ze lang zouden leven op deze aarde. Efeze 6:2-3   Exodus 20:12 Deuteronomium 5:16.

3 De schrijver van het boek Hebreeën bevestigd dat het Nieuwe verbond hetzelfde verbond is van Gods Wet die Hij belooft heeft te vernieuwen door ze te schrijven in onze harten en verstanden, Hebreeën 10:16.

4 Jacobus schrijft dat de persoon die een zonde begaat een overtreder van de Wet is, Jacobus 2:11; 8-26.

5 Door het houden van Gods geboden kunnen we weten of iemand God kent, 1Johannes 2:3-4

6 Gebeden worden beantwoord als de geboden van de Heere gehouden worden en de mensen doen wat welgevallig is in Zijn ogen, 1Johannes 3:22.

7 Het houden van de geboden is de aanleiding dat God in ons woont en geeft de bevestiging door Zijn Geest, 1Johannes 3:24.

8 Het houden van Gods geboden bewijst onze liefde voor God en voor onze medegelovige, 1Johannes 5:2-3.

9 De definitie van Bijbelse liefde is om te wandelen naar Gods geboden 2Johannes 6.

10 Alleen aan diegenendie zich houden aan Gods geboden zullen recht hebben op de boom des levens, Openbaring 22:14.

11Verwijzend naar het Oude Testament, de enige wet beschikbaar, schrijft Jacobus: Maar die inziet in de volmaakte Wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, Jacobus 1:25.

12 de man die zegt dat hij de Heere kent, en Zijn geboden niet houdt, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet, 1Johannes 2:4.

Enkele teksten uit het nieuwe testament over de GEBODEN, (OT : zie psalm 119)  Mt 5:19  Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen. Mt 15:9  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn. Mt 19:17  En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. Mt 28:19  Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. Mr 7:7  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen; Mr 12:29  En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel! de Heere, onze God, is een enig Heere. Lu 1:6  En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk. Joh 14:15  Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. Joh 14:21  Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.  Joh 15:10  Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijkerwijs Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.  Hnd 10:42  En heeft ons geboden den volke te prediken, en te betuigen, dat Hij is Degene, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en doden. Hnd 13:47  Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.  1Co 7:19  De besnijdenis is niets, en de voorhuid is niets, maar de onderhouding der geboden Gods. 1Co 14:37  Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn. Efe 2:15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; Col 2:22  Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen; Tit 1:14  En zich niet begeven tot Joodse fabelen, en geboden der mensen, die hen van de waarheid afkeren. Heb 9:19  Want als al de geboden, naar de wet van Mozes, tot al het volk uitgesproken waren, nam hij het bloed der kalveren en bokken, met water, en purperen wol, en hysop, besprengde beide het boek zelf, en al het volk,  1Jo 2:3  En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren. 1Jo 2:4  Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet; 1Jo 3:22  En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem. 1Jo 3:24  En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.  1Jo 5:2  Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren. 1Jo 5:3  Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. 2Jo 1:6  En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod, gelijk gijlieden van den beginne gehoord hebt, dat gij in hetzelve zoudt wandelen. Opb 12:17  En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben. Opb 14:12  Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus. Opb 22:14  Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.